Tekstvak: Historische Vereniging Haastrecht

 Terug

 

Levensverhaal Maarten en Marinus Eegdeman

Opgetekend door Hans Kattenwinkel op 19 januari  2016

 

                                                                                    Haastrecht tijdens oprichting garage Eegdeman

Familie Eegdeman in Haastrecht
De familie Eegdeman is al sinds generaties een Haastrechtse familie. Marinus zijn grootvader had een slagerij aan de Hoogstraat. Zijn oom Cor zette dat bedrijf voort en daarna dreef neef Gerrit Eegdeman daar zijn nering. Naast het raadhuis had tante Ger, getrouwd met Jacob Groenendijk een sigarenzaak.  Die winkel moest wijken toen het raadhuis in 1965 werd uitgebreid. 

 

Maarten Eegdeman

   1927                                        Maarten Eegdeman/ P.D Eegdeman-Nobel

                                                                                                                  25 december 1931

 

Maarten, de vader van Marinus leerde het monteursvak bij Zijderlaan inStolwijk, de afbeelding hieronder laat zien hoe er soms gewerkt werd. Tot 1930 maakte hij zich het vak meester om in 1931 voor zichzelf te beginnen.

 

                 

                                                                                                    Garage Zijderlaan Stolwijk

 

    Start eigen garage “ aan de hoge dijk”

 

                                  

                                                               

Maarten startte het bedrijf voortvarend. De foto hieronder laat zien, dat er een voor 1931 moderne garage naast het huis was gebouwd.

 

                                               

 

Niet alleen auto’s maar verder alles wat op de weg of op het land kon rijden.

 

  

 

                                      

 

Vader Maarten Eegdeman werd vooral bekend van het garagebedrijf met benzinepomp aan de Provincialeweg aan het westeinde van Haastrecht. Hij vestigde zich daar in 1931. Diverse brandstofmerken sierden door de jaren heen de pomp zoals Caltex en Chevron. In die tijd bekende namen.

 
                       

 

                        

Roetsbaan des doods   

 In de eerste jaren was er nog sprake van een smalle, hoge dijk tussen Gouda en Haastrecht, vaak de Appeldijk genoemd, vergelijkbaar met de dijk aan de noordkant van de IJssel tussen Gouda en Hekendorp. Over die dijk passeerden steeds meer auto’s  en één verkeerde uitwijkmanoeuvre, gladheid en/of onoplettendheid deed vele auto’s onder aan die dijk belanden.  Deze weg werd vanwege de vele ongelukken in de pers ook bekend als “het autokerkhof” of “de roetsbaan des doods”. Het wegslepen van al die auto’s was dan ook een flinke klus voor de Ford-takelwagen van Maarten.

 

                   

 

Samen met Garage van Vliet die iets dichter bij Haastrecht was gevestigd, werd dit sleepwerk uitgevoerd. De verbandtrommel ontbrak niet aan boord van de sleepwagen en zo nodig werd dokter Hakkenberg en later dokter Bonga erbij gehaald. 

                                             

                                                          14 augustus 1936: weer was het raak!

Ombouwen boeren brikken
Veel werk ging er zitten in de ombouw van boeren brikken. Deze, door een paard getrokken karren werden gebruikt voor het transport van producten naar o.a. de kaasmarkt in Gouda. Ze waren standaard uitgerust met een houten onderstel inclusief de houten karrewielen. Toen de luchtbanden een veel comfortabeler alternatief boden werden deze brikken door Marinus vader van die moderne techniek voorzien. 

                                    

Tevreden met weinig
Veel benzine hadden die eerste, weinige auto’s nog niet nodig. Het bevoorraden van het Caltex station was dan ook eenvoudig. Er werd geen dikke slang uitgerold, maar de bezorger leverde de benzine af in emmers. Elke emmer bevatte 40 liter en de vraag was elke keer; “ moeten het één of twee emmers zijn? “ Vervolgens werd er aan de keukentafel een borreltje genomen op de succesvolle aflevering en de in die tijd nog vaak contante afrekening. 

Paardenvijgen voor de radiator
Gaandeweg werden de paarden vervangen door tractoren en luxe auto’s. Een veel voorkomend euvel in die jaren was een lekke koelradiator. Een oplossing bleek de toevoeging van enkele paardenvijgen. Marinus mocht ze gaan zoeken. Hadden de paarden haver gegeten dan zorgden de restanten daarvan dat de gaatjes in de radiator gedicht werden. Veel problemen betroffen het aan de praat krijgen van de auto. Dat bezorgde Marinus vader de bijnaam “Maartenstartie”.

        

 

 

Taxi-  en verhuurbedrijf

        
Maarten verhuurde voor de oorlog al auto’s en startte na de oorlog een taxibedrijf. Een grote gebruiker daarvan was de zakenman  de heer Mulder die destijds in het huis  “De Vijf  Platanen”  woonde. Later assisteerde Marinus zijn vader met een tweede auto. Samen reden ze vele malen de BB-mannen (bescherming bevolking) naar hun trainingen in Alphen aan de Rijn.

 

Regelmatig werd er samen met Kleine Betuwe eigenaar Kompier een promotietoer gemaakt naar de markt om reclame te maken.

                                             Rond 1950 zette Maarten zich in voor de EHBO

                              

 

 

 

 

 

 

      

Garage Eegdeman jaren ‘50

Marinus

( geboren in Haastrecht op 9 januari 1938. )


Marinus leerde het vak via een interessante route. Een opleiding aan de technische school aan de Graaf Florisweg was de eerste stap. Zijn eerste baas was een tractordealer in Moerkapelle. Die combineerde dat met loodgieterswerk zoals het maken van dakgoten. Marinus’ hoogtevrees maakte hem ongeschikt voor die klussen. Dat leidde tot zijn ontslag toen hem gevraagd werd de dakgoot bij de burgemeester te repareren.  Een volgende baas werd Hulleman, de Forddealer in Gouda. Baas Jan Hulleman kwam jaren later nog regelmatig naar Haastrecht om te zien hoe het Marinus verging. Hij reed dan voor in een grote 12 cilinder Amerikaanse Ford Lincoln. De dorpsjongens stonden zich natuurlijk rond die auto te vergapen. In Haastrecht startte Marinus met de handel in luchtbanden en het opnieuw van een profiel voorzien van oude banden. Ook toen waren de boeren weer de beste klanten. In 1971 nam hij het bedrijf van zijn vader over.

                                             

Bloed in plaats van benzine
Marinus wist prima in te spelen op de toenemende motorisering en klandizie. Eénmaal was het geen benzine die verlangd werd, maar bloed. De pas geboren dochter van de familie Wolf uit Haastrecht had  acuut bloed nodig en de verlangde bijzondere bloedgroep was bij Marinus te vinden. Midden in de nacht werd hij door de politie van huis gehaald. Met de pyjama nog aan ging het in ijltempo naar het ziekenhuis aan de Graaf Florisweg. En zo kon dank zij Marinus’ bloed het leven van dit meisje gered worden.

Frequent garagebezoek
De eerste auto’s kenden een hoog smeeroliegebruik. Verversen na 750 km was de standaard. Daarnaast was er speciale inloopolie, kreeg de auto een zomer- en een winterbeurt en deden zich met de primitieve techniek tal van storingen voor. Dat betekende grote drukte in de werkplaats, ook al waren er nog maar weinig auto’s.

 

                                                      Peugeot dealer

                            

 


In de jaren 70 werd Marinus Peugeotsubdealer van Garage Dekker in Ouderkerk. Zo was het merk mooi verdeeld over de Krimpenerwaard. De verkoop liep goed. Maar de steeds zwaardere eisen van de importeur aangaande de grootte en de aankleding van de garage tastten steeds meer zijn vrijheid als zelfstandig ondernemer aan. En dus besloot Marinus in overleg met garage Dekker om ermee te stoppen en verder te gaan als Peugeotspecialist.

Veel plezier beleefde hij aan de autohandel, o.a. via de automarkt in Utrecht. In totaal bezocht Marinus die markt 44 jaar. Om er zaken te doen moest je er dinsdagochtend wel om 7 uur zijn. De markt was berucht vanwege de vele Polen die er kwamen. En zo eindigden veel Haastrechtse auto’s hun leven in Oost Europa.

                   Een impressie van de automarkt Utrecht, Marinus staat hiet niet op.

Ook de boeren wilden mee met hun tijd; met de auto naar de kerk in plaats van met de koets of lopend. Dus zolang het maar een zwarte of donkerblauwe was waren ze snel tevreden.

Behalve Garage Eegdeman was ook Garage Voorsluis actief, later overgenomen door Ton Verhart. Door de enorme groei van het Haastrechtse wagenpark was er voor beide een goede boterham te verdienen. Dit vergde veel tijd en inleveren van vrije tijd. De pomp werd zeer lange tijd bediend, ook in het weekeinde. Er was dan ook een apart zitje gemaakt voor het woonhuis om als het mooi weer was, te kunnen genieten van de zon en het bedienen van de pomp zodat inkomsten door bleven gaan.

                                            

                                             Mevrouw Eegdeman onder barre omstandigheden.

Garage Eegdeman nu

Inmiddels is gevierd, dat het bedrijf 85 jaar bestaat en dat het 75 jaar Bovag lid is. Benzine wordt

niet meeer per emmer ingekocht of als service in de tank gedaan. Steeds met de tijd mee gaan zorgde ervoor dat inmiddels de derde generatie service verleent. Weer door een M.Eegdeman, ditmaal Marcel.